Hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen wonen in Duitsland. De afstand was inmiddels te groot geworden om zelf nog naar hen toe te kunnen.
Toch was er één wens die heel sterk bleef: de familie nog één keer samen zien, vasthouden en gewoon met elkaar aan tafel kunnen zitten.
En dus begonnen ze aan een rit van ruim tweeënhalf uur naar Duitsland.
Daar wachtte de familie op hen. Mensen die elkaar al veel te lang niet meer hadden kunnen vasthouden, waren ineens weer bij elkaar. Er werd samen gegeten, er waren cadeautjes en foto’s, maar vooral heel veel tijd om bij te praten, handen vast te houden en van elkaar te genieten.